Biografie

Vroege jaren en klassieke opleiding

Ivan begon op tienjarige leeftijd met traditionele pianolessen en ontwikkelde zich al vroeg tot een veelzijdige musicus. Zijn interesse in improvisatie ontstond toen hij zich later ook aan de trompet waagde. Het echte kantelpunt in zijn carrière kwam op zijn zeventiende, toen hij de jazz ontdekte — een moment dat zijn artistieke richting voorgoed zou bepalen.

Een meesterklas van Michel Herr, pianist van Toots Thielemans, gaf hem de definitieve bevestiging dat jazz zijn roeping was. Hierop volgde in 1988 eerst een opleiding van zes maanden aan de Jazzstudio in Antwerpen, gevolgd door een jaar aan het Koninklijk Conservatorium in Rotterdam, waar hij studeerde bij Rob van Kreeveld, een grote naam binnen de Nederlandse jazz.

Eerste groepen en vroege doorbraken

1988–1992

Na zijn studie speelde Ivan in verschillende ensembles, onder meer met de Amerikaanse gitarist John Thomas, de Italiaanse trompettist Gino Lattuca en de Belgische trombonist Phil Abraham. Vooral dit laatste project bracht hem vroege erkenning: in 1989 behaalde hij met Abrahams groep een tweede prijs tijdens de International Jazz Competition in La Défense, Parijs.

Datzelfde jaar won hij bovendien een eerste prijs tijdens de Brussels Jazz Rallye met de band van Lattuca — een bevestiging van zijn snelle artistieke ontwikkeling. Geïnspireerd door deze successen richtte Ivan in 1989 het kwintet Aftertouch op, samen met saxofonist Vincent Mardens, gitarist Patrick Deltenre, bassist Benoît Vanderstraeten en drummer Mimi Verderame. Het ensemble speelde originele fusionmuziek en bracht in 1990 het gelijknamige album uit op B-Sharp Records.

In de jaren 1990–1992 toerde Ivan uitgebreid door België, Duitsland en Frankrijk met zijn eigen groep. Ook werkte hij samen met de Braziliaanse zangeres Marcia Maria en trad hij op als voorprogramma van internationaal gerenommeerde artiesten als Bill Evans, Didier Lockwood, Hermeto Pascoal en Mike Stern. Deze ervaringen verbreedden zijn muzikale horizon aanzienlijk.

Eerste albums en compositorische identiteit

In 1992 verscheen Turquoise op B-Sharp Records, met gitarist Patrick Deltenre, saxofonist Peter Vandendriessche, bassist François Garny en drummer Mimi Verderame. Het album bestond voornamelijk uit composities van Paduart zelf en onderstreepte zijn groeiende behoefte aan artistieke zelfexpressie.

Een jaar later volgde Illusions Sensorielles op Igloo, een meer experimenteel project waarin Paduart zijn persoonlijke mengeling van straight-ahead jazz, lyrisch impressionisme en Latijnse invloeden presenteerde. Het album werd opgenomen met zijn vaste trio: bassist Philippe Aerts en drummer Bruno Castellucci, aangevuld met gastoptredens van percussionist Chris Joris, gitarist Patrick Deltenre en harmonica- en accordeonlegende Richard Galliano, een protégé van tangocomponist Astor Piazzolla.

Deze composities leverden Ivan in 1993 de Nicolas Dor-prijs voor compositie op tijdens het International Jazz Festival of Liège — een erkenning van zijn unieke artistieke stem.

Medewerking aan prestigieuze projecten

1993–1995

In 1993 toerde Ivan door Frankrijk als toetsenist van chansonnier Claude Nougaro, een culturele legende die zijn naam vooral in Parijs had gevestigd. Deze samenwerking onderscheidde zich door haar elegantie, diepgang en verfijnde muzikale karakter. In dezelfde periode werkte Paduart ook aan zijn vierde album.

Time Gone By verscheen op AMC en staat bekend als een meer introspectief werk. Het album werd opgenomen met zijn trio — Philippe Aerts en Bruno Castellucci — aangevuld met de warme, soepele trompet en flugelhorn van Tom Harrell en gastoptredens van gitarist Jean-Marie Ecay.

In 1994 volgde Folies Douces op Igloo, opnieuw met Richard Galliano en Patrick Deltenre. Op dit album zette Paduart zijn voorkeur voort voor compositorische verfijning, lyriek en verhalende muziek.

Internationale erkenning: Toots Thielemans en daarna

1995–1999

Een cruciaal moment in Ivans carrière kwam in 1995, toen hij werd uitgenodigd om twee jaar internationaal te touren met Toots Thielemans — een boegbeeld van de Europese jazz, bekend om zijn harmonicaspel, zijn humanistische benadering en zijn vermogen om traditionele swing en moderne expressie met elkaar te verbinden. Deze nauwe samenwerking betekende erkenning op het hoogste niveau.

Uit deze periode kwam het album White Nights voort, uitgebracht op Challenge Records. Hierop is Paduart te horen op piano en keyboards, geflankeerd door saxofonist Bob Malach en gitarist Philip Catherine, twee musici met een internationale reputatie. Thielemans zelf speelde harmonica op het nummer Ecoline.

Na de tournee met Thielemans concentreerde Ivan zich vanaf 1996 steeds nadrukkelijker op het trioformat — een keuze die zijn muzikale identiteit verder zou definiëren. Met drummer Hans van Oosterhout als vaste partner en verschillende bassisten experimenteerde hij met klankkleuren en texturen. Dit resulteerde in Clair Obscur op Challenge Records, een eerbetoon aan pianist Fred Hersch, een van Paduarts belangrijkste inspiratiebronnen.

Volwassen periode: triowerk en orkestprojecten

1998–2005

In 1998 verscheen Belgian Suites op Challenge Records, opgenomen na een tournee van drie weken met saxofonist Bob Malach. Het album liet Paduarts groeiende vaardigheid als bandleider horen, evenals zijn vermogen om diverse muzikale texturen te creëren. Het ritmische fundament werd gevormd door Hans van Oosterhout op drums en Hein van de Geyn op bas. Voor latere Europese tournees door Frankrijk, Denemarken en Portugal in 1999 nam bassist Stefan Lievestro de baspartijen voor zijn rekening.

Een interessante episode volgde toen promotor Christian Debaere Paduart vroeg arrangementen te schrijven voor een speciaal Belgisch septet. Dit ensemble bracht altosaxofonist Steve Houben, violist Jean-Pierre Catoul en gitarist Peter Hertmans samen met een ritmesectie bestaande uit Paduart op keyboards, Lievestro op bas en Van Oosterhout op drums, aangevuld met pianiste Nathalie Loriers.

Voor het album True Stories op Igloo werd de internationaal gerenommeerde saxofonist Charlie Mariano aan de bezetting toegevoegd. Het ensemble toerde in 2000 door België, maar het project eindigde abrupt en tragisch toen violist Jean-Pierre Catoul in januari 2001 omkwam bij een auto-ongeluk. Deze persoonlijke tragedie had merkbaar invloed op Paduarts latere artistieke richting.

Na deze periode keerde Ivan terug naar het trio, wat resulteerde in Trio Live op Omnivore/Virgin, opgenomen in oktober 2001. De bijbehorende tournee voerde hem langs vele Europese landen, waaronder Zweden, Denemarken, Noorwegen, Zwitserland, Frankrijk, Italië, Nederland, Luxemburg en België. Speciale gast was Rick Margitza, de laatste saxofonist van Miles Davis, wiens warme toon uitstekend aansloot bij Paduarts ingetogen pianowerk.

Verdere groei en solowerk

2001–2005

In de jaren rond 2001–2005 trad Paduart regelmatig op met verschillende gastartiesten, onder wie Rick Margitza, Toots Thielemans, Toon Roos, Bert Joris en zangeres Fay Claassen. Dit leidde onder meer tot het album Still op A-Records uit 2001, met Rick Margitza, en tot de dubbel-cd Live: A Night at the Music Village op Jazz ’n Pulz, een van zijn meest geprezen live-opnamen.

In 2003 toerde Ivan intensief en werkte hij samen met musici als Fay Claassen, Nigel Hitchcock, Toon Roos, Tierney Sutton en Anita Wardell. Met Philippe Aerts en drummer Dré Pallemaerts nam hij Blue Landscapes op voor het Japanse label Videoarts Music — een album dat zijn voorkeur voor introspectief, smaakvol en melodisch spel benadrukte.

Begin 2004 plande Ivan projecten met accordeonist Richard Galliano en het Ensemble de Musique Nouvelle onder leiding van Jean-Paul Dessy. Ook speelde hij met het Brussels Jazz Orchestra en opnieuw met Toots Thielemans, onder meer op jazzfestivals in Funchal, Madeira, en Porto, Portugal.

Augustus 2004 markeerde een artistieke wending: na een tournee met gitarist Quentin Dujardin nam hij Vivre op voor Arsisworld — zijn eerste serieuze uitstap richting world music. Daarmee onderstreepte hij zijn artistieke nieuwsgierigheid en flexibiliteit.

In mei 2005 verscheen zijn eerste soloalbum, Alone, op Alone Blue Records, opgenomen in Porto en Genk. Het is een intiem werk waarin Paduart zich toont als solist en melodisch denker. In juni toerde hij in Macao met Rick Margitza en in Japan met zijn trio. Daar maakte hij de live-opname A Night in Tokyo in het beroemde jazzpodium Body and Soul, uitgebracht op het Japanse label Polystar.

Orkestambities en intensieve samenwerkingen

2006–2012

In 2006 intensiveerde Ivan zijn samenwerking met accordeonist Richard Galliano. Hij trad op in prestigieuze zalen en op festivals, waaronder het Concertgebouw in Amsterdam, het Sofia Jazz Festival en het Marciac Jazz Festival. Daar speelde hij ook met bassist Richard Bona en percussionist Manu Katché.

In 2007 kreeg Paduart de gelegenheid om twaalf eigen composities uit te voeren met het Metropole Orkest onder leiding van de Amerikaanse dirigent Jim McNeely. De orkestbewerkingen waren afkomstig van gerenommeerde arrangeurs en componisten als Michel Herr, zijn vroegere mentor, Jim McNeely zelf, Bert Joris en Paduart. Dit resulteerde in de dubbel-cd Crush, live opgenomen op 12 december 2008 in het Cirque Royal in Brussel — een hoogtepunt in zijn carrière.

Eerbetonen en nieuwe projecten

2011–2014

In 2011 bracht Paduart een eerbetoon aan Michel Herr, de mentor die hem decennia eerder op het juiste spoor had gezet. HERRitage bevat negen composities van Herr, uitgevoerd door Paduart, gitarist Philip Catherine, trombonist Bert Joris, saxofonist Toon Roos, bassist Philippe Aerts en drummer Hans van Oosterhout.

In dezelfde periode maakte Ivan intensieve tournees met zijn trio. In december 2011 verzorgde hij vijf concerten met gitarist Sylvain Luc en in januari 2012 toerde hij met zijn kwintet, met musici als Jeroen van Herzeele, Carlo Nardozza, Philippe Aerts en Joost van Schaik.

In mei 2012 verscheen Ibiza op Mons Records: negen originele composities, opnieuw opgenomen met zijn vaste trio Philippe Aerts en Hans van Oosterhout. Daarna volgde een bijzonder tributeproject: Plays Burt Bacharach, opgenomen met saxofonist Bob Malach, bassist Jay Anderson en drummer Clarence Penn. De sessie vond plaats in de beroemde Sear Sound Studio in New York, onder leiding van geluidstechnicus James Farber, bekend van zijn werk met onder anderen Michael Brecker, Chick Corea en Herbie Hancock.

In 2013 en 2014 toerde Paduart intensief met zijn trio, onder meer op internationale festivals, ter promotie van het album Ibiza. In februari 2014 bracht hij een herziene versie uit van zijn soloalbum uit 2005: Alone # op Quetzal Records, geremasterd en opnieuw gemixt, aangevuld met drie extra nummers.

Ook werkte hij in 2014 mee aan Dreams Ago van vibrafonist Jan De Haas, uitgebracht op De Werf, samen met bassist Sal La Rocca en drummer Mimi Verderame. In december van datzelfde jaar nam hij Enivrance op, een trioalbum met negen eigen composities, gespeeld met Philippe Aerts en Hans van Oosterhout.

Huidige focus: Patrick Deltenre en nieuwe perspectieven

2015–heden

Sinds 2015–2016 werkte Ivan intensief samen met onder anderen gitarist Quentin Dujardin, bassist Richard Bona, percussionist Manu Katché, trompettist Bert Joris en saxofonist Olivier Ker Ourio. Deze samenwerkingen resulteerden onder meer in het album Catharsis op Mons Records.

Sinds 2017 richt Ivan zijn aandacht vrijwel volledig op zijn samenwerking met gitarist Patrick Deltenre — dezelfde muzikant met wie hij al in de jaren tachtig samenwerkte. Deze artistieke hereniging bleek bijzonder vruchtbaar: samen namen zij drie albums op, Hand in HandEar We Are en Inner Travels, en gaven zij ongeveer tweehonderd concerten in heel Europa.

Hun tournees voerden hen van Portugal tot Rusland en Oekraïne, via Frankrijk, Zwitserland, Nederland, Luxemburg en België. Deze samenwerking laat zien dat Paduart, ook verderop in zijn carrière, blijft zoeken naar authentieke muzikale gesprekken en diepgaande artistieke verbindingen.

Paduarts artistieke traject weerspiegelt een musicus die voortdurend in beweging blijft: van jeugdige jazzliefhebber tot volwassen componist, van groepsleider tot intieme triospeler, van traditionele jazzvormen tot experimentele fusion en world music. Hij blijft een centrale figuur binnen de Europese jazzscene, in het bijzonder in België en Nederland.

Auteur: Jurgen Gudde

Discografie (selectie)

Aftertouch (B-Sharp Records, 1990) | Turquoise (B-Sharp Records, 1992) | Illusions Sensorielles (Igloo) | Time Gone By (AMC) | Folies Douces (Igloo, 1994) | White Nights (Challenge Records, 1995) | Clair Obscur (Challenge Records) | Belgian Suites (Challenge Records, 1998) | True Stories (Igloo, 2000) | Trio Live (Omnivore/Virgin, 2001) | Still (A-records, 2001) | A Night at the Music Village (Jazz ‘n Pulz, dubbel-cd) | Blue Landscapes (Videoarts Music, 2003) | Vivre (Arsisworld, 2004) | Alone (Alone Blue Records, 2005) | My French Heart (Japan, 2005) | Crush (Metropole Orkest, dubbel-cd, 2008) | HERRitage (2011) | Ibiza (Mons Records, 2012) | Plays Burt Bacharach (September, 2012) | Alone # (Quetzal Records, 2014) | Enivrance (2014) | Catharsis (Mons Records, 2015) | Hand in Hand (met Patrick Deltenre, 2017+) | Ear we are (met Patrick Deltenre) | Inner Travels (met Patrick Deltenre)

Prijzen :

1987 : eerste prijs “Knack Trophy”-Oostende
1989 : eerste prijs “Jazz Rallye”-Brussels
1989 : tweede prijs “Concours international de la défense” -Parijs
1990 : eerste prijs “Internationale Jazzwedstrijd van Franssprekende radio’s”-Brussels
1992 : eerste prijs “Internationale Jazzcompositiewedstrijd”- Monaco
1993 : eerste prijs “Nicolas Dor Jazzcompositiewedstrijd”- Luik